Vergeten beroepen

Afgelopen donderdag zag ik een documentaire over vergeten beroepen. Vijftig minuten lang prachtige info en beelden, opgebouwd uit archieffilms. Van sommige takken van sport was ik op de hoogte, omdat bijvoorbeeld familieleden erin werkzaam waren. Maar veel was ook nieuw voor me. Dat wat ik het meest interessant vond komt terug in deze blog.

Vroeger had niemand een wekker, maar gelukkig waren er porders. Sommigen noemden hem het kloppertje. Voor een klein bedrag kwam hij op een afgesproken tijd langs om te wekken. Hij bleef net zo lang tegen het raam of de voordeur tikken tot je verscheen om te melden dat je wakker was. Waar ik wel nieuwsgierig naar ben… hoe werd de porder zelf gewekt? ’s Nachts werkte trouwens de klepperman. Die waakte, riep elk hele uur en hield met zijn herrie inbrekers op afstand.

Blokker in een koffer
Ik herinner mij nog dat de groenteman, bakker en kaasboer bij ons aan de deur kwamen. Maar langer geleden kwam zo’n beetje elke venter aan de deur. Van melkventer tot lorrenboer (voddenman) en van waterstoker tot schillenboer. In een waterstokerij werd ’s nachts vierduizend liter water opgestookt. Kinderen moesten ’s ochtends vaak van hun moeder op pad met een zinken emmer om met kokend water terug te komen. Een gevaarlijk klusje lijkt me. Er waren ook verkopers die met koffers vol lappen, stof, garen, kopjes, schoteltjes, mesjes, scharen, fietsbanden enzovoorts aan de deur kwamen. Ik stel me het assortiment van de Blokker voor, maar dan in een koffer.

Dienstmeisje klinkt veel mooier
In de documentaire hoor je een voormalige dienstmeisje praten: “Mijn vader zei ‘Ik heb je verhuurd aan die meneer uit Wijhe’. Ik moest gaan verdienen. En dat ging zonder overleg. We hadden een heel groot gezin en er moest toch eten op de plank komen. ‘In betrekking’ werd dat genoemd. Maar dienstmeisje vind ik veel mooier klinken. Nou was ik gezond en ik kon het wel. Maar het was echt wel zwaar hoor. Ik zou het mijn dochter niet laten doen. Je komt bij mensen waar je jezelf niet kunt zijn. Je kunt je niet uiten. Je had geen vrije tijd. De radio was de enige vrolijkheid die er was. Je wereld was heel bekrompen en klein.”

Liefde, liefde en nog eens liefde
Het mooist vond ik de uitspraak van iemand die vroeger kuiper was. Een kuiper maakte houten kuipen, vaten of tonnen. “In de allereerste plaats moet je liefde hebben voor het vak. Liefde, liefde en nog eens liefde. Want als je geen liefde hebt, schei er dan maar mee uit, want je bereikt niks.” Een uitspraak die nog steeds geldt voor ieder die een vak uitoefent. Net als de uitspraak van een weervisser: “Zolang er mee te verdienen valt blijft het beroep bestaan, hoe marginaal (klein) ook.” Als arbeid niets meer oplevert, kun je er beter mee stoppen. Zoals de mollenvanger… Er was een tijd dat een mollenvelletje 50 of 60 cent opbracht. Ze werden gebruikt voor bijvoorbeeld kragen van jassen. Gelukkig zijn dit soort praktijken tegenwoordig niet meer legaal.

Nog meer info en filmpjes vind je hier of hier.

Deel dit bericht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *